Laaggradige ontsteking & insulineresistentie
De stille samenwerking achter veel vage klachten

In mijn vorige blog schreef ik over laaggradige ontsteking (LGI) — het stille vuur onder veel onbegrepen klachten. Vermoeidheid. Hersenmist. Darmklachten. Huidproblemen. Spier- en gewrichtspijn.
Vandaag wil ik het hebben over de andere speler die ik in mijn praktijk bijna altijd tegenkom: insulineresistentie (IR).
Wat veel mensen niet weten?
Deze twee werken samen. Ze versterken elkaar. En ze vormen een biologische vicieuze cirkel.
En misschien herken je het — bij jezelf of bij iemand in je omgeving.
Eerst even terug: wat was laaggradige ontsteking ook alweer?
Laaggradige ontsteking is geen heftige ontsteking met koorts of zwelling.
Het is een chronische, subtiele activatie van je immuunsysteem.|
Je lichaam staat continu “aan”.
Die continue activatie zorgt voor:
- Verhoogde ontstekingsmediatoren
- Verstoring van hormonen
- Verstoring van energiehuishouding
- Verhoogde oxidatieve stress (ophoping van afvalstoffen in je cellen)
En precies daar komt insuline in beeld.
“Maar mijn bloedwaarden zijn goed…”
De afgelopen periode hoor en zie je op de tv-reclame dat er naar schatting 400.000 duizend mensen in Nederland onbewust diabetes type 2 hebben. Er zijn geen exacte cijfers bekend maar dit betekent dat er nog veel meer mensen onbewust met insulineresistentie rondlopen. Want zonder insulineresistentie ontstaat er géén diabetes type 2.
Maar wat daaraan voorafgaat, kan járen duren.
En juist in die jaren ontstaan vaak klachten als:
- Moeheid na maaltijden
- Buikvet dat niet verdwijnt
- Energiedips rond 16:00 uur
- Hoofdpijn
- Prikkelbaarheid
- Slaapproblemen
- Vermoeidheid
- Darmklachten
- Huidproblemen
- Hormonale disbalans
De bloedglucose nuchter? Prima.
De HbA1c? Binnen referentie.
Toch kan er al sprake zijn van insulineresistentie.
Wat is insulineresistentie eigenlijk?
Insuline is een hormoon dat wordt aangemaakt in de alvleesklier. De taak is simpel: glucose uit het bloed de cel in brengen, zodat het gebruikt kan worden als energie.
Bij insulineresistentie reageren cellen minder goed op insuline.
Gevolg:
- De alvleesklier moet méér insuline maken
- Bloedsuiker blijft langer verhoogd
- Er ontstaat hyperinsulinemie (chronisch verhoogde insuline)
En dát is waar het misgaat.
Belangrijk om te weten:
Je kunt insulineresistent zijn terwijl je nuchtere glucose nog “normaal” is.
Zelfs je HbA1c kan binnen referentiewaarden vallen.
Daarom kijk ik in mijn praktijk óók naar insuline en de HOMA-index.
Optimale waardes zeggen vaak meer dan alleen referentiewaardes.
Hoe hangen laaggradige ontsteking en insulineresistentie samen?
Het is geen éénrichtingsverkeer. Het is een vicieuze cirkel.
- Laaggradige ontsteking → insulineresistentie
Chronische, milde ontsteking activeert ontstekingsroutes in het lichaam. Ontstekingsstoffen (cytokinen) verstoren het insulinesignaal in de cel.
Gevolg:
- Het insulineslot werkt minder goed
- Glucose komt moeilijker de cel in
- De alvleesklier moet harder werken
Insulineresistentie ontstaat.
- Insulineresistentie → meer ontsteking
Chronisch hoge insuline:
- Stimuleert vetopslag
- Vergroot vetcellen
- Verhoogt productie van ontstekingsmediatoren
- Verhoogt oxidatieve stress (meer vrije radicalen/ophoping afvalstoffen)
- Beschadigt mitochondriën
Hoge bloedsuiker verhoogt daarnaast oxidatieve stress. Dit activeert opnieuw ontstekingsroutes.
En zo draait het rad verder.
De vicieuze cirkel
Samengevat in begrijpelijke taal:
Laaggradige ontsteking → blokkeert insuline → insulineresistentie.
Insulineresistentie → verhoogt bloedsuiker en insuline → oxidatieve stress → meer ontsteking → nog meer insulinresistentie.
En zo blijf je rondjes draaien.
En dit proces kan jarenlang sluimeren voordat er een diagnose volgt.
Waarom is dit klinisch relevant?
Deze interactie ligt mede aan de basis van:
- Metabool syndroom (groot buikomtrek (man ≥94-102 cm, vrouw ≥80-88 cm, ↑bloeddruk, ↑cholesterol en ↑glucose)
- Type 2 diabetes
- Niet-alcoholische leververvetting (NAFLD)
- PCOS
- Cardiovasculaire aandoeningen
- Auto-immuun problematiek
Maar vóórdat het zover is, zie ik in de praktijk al:
- Spijsverteringsproblemen (9 van de 10 cliënten)
- Vermoeidheid
- Hormonale klachten
- Onverklaarbare gewichtstoename
- Allergische/histamineklachten
- Huidklachten
- Benauwdheid
- Lage stressbestendigheid
En dan hoor ik vaak:
“Maar mijn bloedonderzoek was goed.”
Dat kan dus kloppen.
En toch kan er onderliggend al sprake zijn van LGI en insulineresistentie.
“Maar het zit toch in mijn genen?”
Erfelijkheid speelt een rol.
Maar genetica is zelden het volledige verhaal.
Zoals ze in het Engels mooi zeggen:
“Genetics loads the gun, lifestyle pulls the trigger.”
Het gros van de metabole klachten is leefstijl- en omgeving gerelateerd. 80% tot 90%.
Het overgrote deel van wat ik zie in de praktijk is geen puur genetisch probleem.
Het is een optelsom van gewoontes.
- Chronische stress of stressoren.
- Voeding, te veel, te weinig, verkeerde samenstelling of vulling i.p.v. voeding.
- Te weinig beweging.
- Overmatig sporten / te weinig herstel
- Te veel zitten.
- Piekeren.
- Slaaptekort.
- Spijsverteringsproblemen.
- Middelengebruik.
Het lichaam maakt geen onderscheid tussen fysieke of mentale stress.
Wat meet ik in de praktijk?
Ik kijk altijd breder dan alleen glucose.
Ik controleer onder andere:
- Nuchtere glucose
- HbA1c (gemiddelde bloedsuiker van 2-3 maanden)
- Nuchtere insuline
- HOMA-index
- Ontstekingsmarkers
- (Klachten) anamnese
Je kunt insulineresistent zijn met een normale nuchtere glucose en een “mooie” HbA1c.
Daarom kijk ik naar optimale waarden, niet alleen referentiewaarden.
Want beginnende afwijkingen kunnen al klachten geven.
Wat zie ik als mensen aan de slag gaan?
Wanneer we werken aan:
- Eiwitrijker en stabieler eten
- Minder snelle suikers
- Voldoende vezels
- Meer dagelijkse beweging (niet per se sporten)
- Spiermassa opbouwen
- Stressregulatie
- Slaapoptimalisatie
- Darmgezondheid
Dan zie ik:
- Betere insulinegevoeligheid
- Daling van ontstekingswaarden
- Meer energie
- Minder darmklachten
- Betere hormonale balans
- Gewichtsregulatie
En dan verdwijnen klachten waar mensen al jaren mee rondliepen.
Stress, ontstekingen en te weinig eten: een vaak vergeten route naar insulineresistentie
Wanneer we het hebben over insulineresistentie, denken veel mensen automatisch aan suiker en koolhydraten. Dat speelt zeker een rol. Maar fysiologisch gezien is het verhaal breder dan alleen wat je eet.
Je lichaam kan namelijk ook zelf glucose aanmaken en vrijmaken, vooral onder invloed van stress.
Het stresssysteem in je lichaam wordt aangestuurd via de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as (HPA-as). Wanneer het lichaam een stressprikkel ervaart, komt onder andere het hormoon cortisol vrij.
Zo’n stressprikkel kan veel verschillende vormen hebben:
-
Psychologische stress
-
Pijnklachten
-
Ziekte of infectie
-
Laaggradige ontsteking
-
Te weinig eten of langdurig calorie-tekort
-
Intensief sporten zonder voldoende herstel
Voor het lichaam maakt dat weinig verschil. Het ziet dit allemaal als een vorm van stress. Lees er hier meer over.
Cortisol en glucose: een overlevingsmechanisme
Cortisol heeft een belangrijke taak: het zorgt ervoor dat het lichaam extra energie beschikbaar maakt wanneer dat nodig is.
Dat gebeurt onder andere doordat de lever glucose vrijmaakt in het bloed. Dit proces noemen we gluconeogenese — het aanmaken van nieuwe glucose uit andere bouwstoffen zoals aminozuren (bouwstenen voor eiwitten) en lactaat.
Fysiologisch is dit een slim mechanisme.
In een acute situatie — bijvoorbeeld bij ziekte, trauma of gevaar — heeft het lichaam direct energie nodig om te kunnen reageren.
Maar wanneer deze situatie chronisch wordt, kan er een probleem ontstaan.
Door langdurige activatie van het stresssysteem:
-
blijft cortisol vaker verhoogd
-
blijft de lever glucose vrijmaken
-
blijven bloedsuikerwaarden vaker verhoogd
Het lichaam moet vervolgens meer insuline produceren om deze glucose weer in de cellen te krijgen.
Wanneer dit proces langdurig doorgaat, kunnen cellen minder gevoelig worden voor insuline. En dat is precies wat we insulineresistentie noemen.
Dit zien we ook in de klinische praktijk
Tijdens mijn jaren op de spoedeisende hulp zag ik dit mechanisme regelmatig terug.
Mensen die ernstig ziek waren, een trauma hadden gehad of een operatie hadden ondergaan, konden tijdelijk verhoogde glucosewaarden hebben terwijl ze helemaal geen diabetes hadden.
Dat komt door dezelfde stressrespons: cortisol, adrenaline en ontstekingsmediatoren zorgen ervoor dat glucose wordt vrijgemaakt om het lichaam van energie te voorzien.
In een acute situatie is dat functioneel.
Maar wanneer deze processen maanden of jaren actief blijven — bijvoorbeeld door chronische stress, pijnklachten, laaggradige ontstekingen of langdurig te weinig eten — kan dit bijdragen aan het ontstaan van insulineresistentie.
Het gaat dus niet alleen om “suikers eten”
Insulineresistentie ontstaat zelden door één enkele factor. Meestal is het een combinatie van processen die elkaar versterken.
Naast voeding spelen bijvoorbeeld ook een rol:
-
Chronische stress
-
Laaggradige ontstekingen
-
Hormonale ontregeling
-
Pijn en fysieke stress
-
Langdurig calorie-tekort of crashdiëten
-
Slechte slaap
Al deze factoren kunnen ervoor zorgen dat het lichaam zelf extra glucose produceert.
Je zou het daarom kunnen zien als drie mogelijke bronnen van glucosebelasting voor het lichaam:
Voedingssuikers
De glucose die via voeding wordt opgenomen.
Stresssuikers
Glucose die vrijkomt onder invloed van cortisol.
Ontstekingssuikers
Glucose die vrijkomt door ontstekingsprocessen en immuunactivatie.
Wanneer deze systemen langdurig actief zijn, ontstaat er een constante vraag naar insuline.
En precies daar kan insulineresistentie zich langzaam ontwikkelen.
Daarom is het begrijpen van insulineresistentie niet alleen een kwestie van kijken naar suikerinname. Het vraagt om een bredere blik op stress, herstel, voeding, ontstekingen en leefstijl.
En juist in die combinatie ligt vaak de sleutel tot herstel.
Belangrijk om te onthouden
Je kunt:
- “Normale” bloedwaarden hebben
- Geen diagnose hebben
- Maar wél klachten ervaren
Laaggradige ontsteking en insulineresistentie zijn vaak stille voorlopers.
Geen paniekverhaal.
Wel een uitnodiging tot bewustwording.
En het goede nieuws?
Ze zijn in veel gevallen beïnvloedbaar.
Niet met één pil.
Niet met één dieet.
Maar met gerichte leefstijlinterventies.
In mijn vorige blog over laaggradige ontsteking legde ik uit hoe dat stille vuur ontstaat.
Zie insulineresistentie als de benzine die het vuur brandend houdt.
Wil je weten waar jij mogelijk je winst laat liggen?
Dan is het verstandig om niet alleen naar “normaal” te kijken, maar naar optimaal functioneren.
Want klachten ontstaan zelden uit het niets.
07-03-2026
